Een kijkje in het leven van een permanent vertegenwoordiger bij de VN: het dagboek van Herman Schaper

Een kijkje in het leven van een permanent vertegenwoordiger bij de VN: het dagboek van Herman Schaper

De historicus en politicus Herman Schaper (1949) was bijna vier jaar permanent vertegenwoordiger van Nederland bij de Verenigde Naties. In die hoedanigheid maakte hij meerdere Algemene Vergaderingen mee, waar hij onvermoeibaar het Nederlandse standpunt over een breed scala van politiek-maatschappelijke onderwerpen naar voren bracht, relaties onderhield met hoogwaardigheidsbekleders van over de hele wereld en achter de schermen werkte aan de totstandkoming van nieuw VN-beleid. Om het grote publiek een kijkje in het leven van een VN-diplomaat te bieden, hield Schaper tijdens de 66e sessie van de Algemene Vergadering (2011-2012) een dagboek bij. In dit blog lees je hoe de Nederlandse diplomaat de sessie beleefde.

Wie is Herman Schaper?

Eerst een stukje achtergrondinformatie: Herman Schaper begon zijn carrière in de jaren ’70 na geschiedenis en internationale betrekkingen te hebben gestudeerd aan de universiteiten van Virginia (Verenigde Staten) en Leiden. Hij begon in eerste instantie met een baan als wetenschappelijk assistent, waarna hij de overstap maakte naar de politiek en hij mee ging werken aan de beleidsplanning op het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Tegelijkertijd was Schaper ook actief binnen de politieke partij D66 en in 1981 ging hij zijn partij vertegenwoordigen in de Tweede Kamer. De nationale politiek was echter niet het eindstation voor de geboren politicus; in de jaren ’90 werd hij voorgesteld als plaatsvervangend vertegenwoordiger van Nederland bij de Verenigde Naties in New York en de NAVO (de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie) in Brussel. Schaper wist al snel dat hij binnen de context van de internationale politiek zijn carrière zou kunnen uitbouwen en zichzelf zou kunnen ontwikkelen als diplomaat en daarom bleef hij zich aanbevolen houden voor internationale diplomatieke functies. Uiteindelijk werd hij in 2005 hoofd permanente vertegenwoordiging bij de NAVO en stapte hij in 2009 over naar de Verenigde Naties, waar hij bijna vier jaar aanbleef als permanent vertegenwoordiger van Nederland. Sinds enkele jaren heeft Herman Schaper de politiek deels ingeruild voor een functie als buitengewoon hoogleraar aan de Universiteit Leiden, waar hij zich als professor Peace, Justice and Security richt op terrorisme(bestrijding), diplomatie en internationale betrekkingen. Daarnaast is hij sinds juni 2015 actief als lid van de Eerste Kamer voor D66.

Van ontwapening tot vrouwenrechten

Wat meteen naar voren komt uit het dagboek van Schaper over de 66e sessie van de Algemene Vergadering is dat internationaal diplomaten overal wat van af moeten weten. Zo nam hij in een tijdsspanne van enkele dagen deel aan bijeenkomsten en debatten over onder andere humanitaire hulp, ontwapening, landbouw, voedselveiligheid en vrouwenrechten. Schaper zit op 24 september 2011 bijvoorbeeld een vergadering voor over de dreigende humanitaire crisis in Soedan. “Het onderwerp is de humanitaire noodsituatie die is ontstaan ten gevolge van de gevechten in zuid-Kordofan, een gebied in het zuiden van Soedan ten noorden van het zojuist onafhankelijk geworden Zuid-Soedan. Discussie richt zich vooral op de vraag hoe de toegang voor de hulpverleners te verbeteren; de regering in Khartoem maakt hen die in feite onmogelijk.”

Na dit politiek gevoelige onderwerp te hebben besproken en plannen te hebben uitgezet om humanitaire hulp op touw te zetten, gaat Schaper meteen door naar een werklunch over de rol van de Verenigde Naties in het bewerkstelligen van ‘Rule of Law’. Dit is een schimmige term die eerst tot in de puntjes gedefinieerd en behapbaar moet worden gemaakt voordat er überhaupt gesproken kan worden over eventuele plannen of resoluties. Het is echter wel een zeer urgent onderwerp, vooral tegen de achtergrond van een steeds verder escalerende Arabische Lente in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. “De VN speelt een belangrijke rol bij de bevordering van de Rule of Law, in post-conflict landen maar ook daarbuiten”, aldus de permanent vertegenwoordiger. “De Arabische revolutie, die begon met de zelfmoord van een Tunesische fruitverkoper die nergens zijn recht kon halen, geeft aan dat dit een onderwerp is dat van centraal belang is in niet alleen de (post)conflict landen, maar evenzeer in de zogenoemde transitielanden, landen die in de overgang zijn van dictatuur naar (hopelijk) een vorm van democratie en rechtstaat.”

In de daarop volgende dagen gaat Schaper van de ene bijeenkomst over voedselveiligheid in relatie tot landbouwprijzen naar de andere bijeenkomst over het mogelijke Palestijnse lidmaatschap van de VN en van de ene werklunch over de regulering van nucleaire experimenten tot de andere werklunch over het voorkomen van massamoorden als die in Rwanda en in Srebrenica. Het is dus snel schakelen voor de permanent vertegenwoordiger bij de VN.

Banden aanhalen

Naast snel schakelen is ook het onderhouden van werkrelaties met diplomaten uit andere landen een prioriteit. Schaper beschrijft onder andere hoe hij tijd vrij maakt in zijn extreem drukke schema om op een vroege zaterdagmorgen naar een speech van de premier van India te gaan: “In het kader van relatiebeheer ga ik er toch maar naar toe; wie weet heb ik de Indiase permanent vertegenwoordiger later ergens voor nodig en zelf houd ik ook niet van die mensen die je alleen ziet als ze je nodig hebben.” Ook betekent zijn positie soms potentiële conflicten sussen en de sfeer diplomatiek houden. Een treffend voorbeeld hiervan lezen we in Schapers verslag van donderdag 22 september 2011; die middag heeft de PVV-politicus Geert Wilders de Turkse premier Erdogan uitgemaakt voor een ‘islamitische aap’ en enkele uren later wordt Schaper verwacht op een receptie van de Turkse ambassade. Voor de vertegenwoordiger betekent dit dat hij informatie inwint bij zijn collega’s van Buitenlandse Zaken, om vervolgens bij de Turkse vertegenwoordigers proberen te redden wat er te redden valt. “Ik zonder me af op de WC om te bellen met Ward Bezemer, de woordvoerder van de minister, om mij even bij te praten,” vertelt Schaper. Tijdens de receptie merkt hij dat de opmerking van Wilders de Turken erg hoog zit: “Iedere Turk die ik spreek begint erover”.

Ook netwerken met vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven wordt een steeds groter deel van de Algemene Vergadering van de VN. Zo vertelt Schaper dat het Nederlandse chemiebedrijf DSM een belangrijke partner van de VN is en dat Heineken de VN ondersteunt bij de bestrijding van AIDS in Afrika. Het is daarom niet meer dan logisch dat deze bedrijven aanwezig zijn bij verschillende meetings om zich in het gesprek te mengen en hun belangen te vertegenwoordigen.

Vermoeidheid en voldoening

Uiteindelijk is de Algemene Vergadering voor Herman Schaper een vermoeiende bezigheid. Zo beschrijft hij een aaneenschakeling van werkontbijten, debatbijeenkomsten, vergaderingen op hoog niveau, netwerklunches, presentaties en diners. De vertegenwoordiger is van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat in touw met de verplichtingen die bij de Algemene Vergadering horen en daarnaast vindt hij zelfs nog tijd om gesprekken voor te bereiden, zijn mails te beantwoorden en de rapporten te lezen die hem in de tussentijd worden toegestuurd. Maar het deelnemen aan de Algemene Vergadering is niet één en al rennen en vliegen; Schaper haalt er ook veel voldoening uit. Zo luistert hij naar krachtige speeches en weet hij tijdens verschillende debatten toenadering te zoeken tot anderen en begrip te kweken voor het Nederlandse standpunt. Hij blijft echter oer-Hollands nuchter en sluit af met “De delegatie vliegt die avond nog naar Nederland, maar eerst is er nog een afscheidsdiner met medewerkers van de permanente vertegenwoordiging die betrokken waren bij de organisatie van het bezoek. (…) Zelf ben ik om kwart over elf weer thuis. Niet te laat naar bed; het was een volle week, maar morgen is er weer een dag.”