De 69e sessie van de Algemene Vergadering van de VN (2014-2015)

De 69e sessie van de Algemene Vergadering van de VN (2014-2015)

Het centrale thema van de 69e sessie van de Algemene Vergadering was het opstellen en vormgeven van nieuwe ontwikkelingsplannen voor na 2015. Na het niet behalen van de ambitieuze Millenniumdoelen moest er op een andere manier naar ontwikkeling worden gekeken en daarom nodigde de voorzitter van de 69e sessie, de Oegandees Sam Kahamba Kutesa, de VN-lidstaten uit om out of the box te denken zodat een “transformatieve” ontwikkelingsagenda geformuleerd kon worden. Ook kende de 69e sessie een primeur in de vorm van de allereerste Wereldconferentie over Inheemse Volkeren. In dit artikel gaan we dieper in op de thematiek achter deze sessie, die startte op 16 september 2014, maken we kennis met de voorzitter en lichten we het Nederlandse standpunt wat betreft de ontwikkelingsagenda uit.

Millenniumdoelstellingen

In 2000 presenteerden de Verenigde Naties hun Millenniumverklaring met daarin een achttal doelstellingen over het uitbannen van armoede, zoals onder andere het uitbannen van extreme honger, het verminderen van kindersterfte en het bewerkstelligen van basisonderwijs voor alle kinderen ter wereld. Die doelen dienden in 2015 behaald te zijn en vergden dus een solide motivatie en inzet van de VN-lidstaten. Maar liefst 189 regeringsleiders onderschreven de verklaring en gaven aan de schouders eronder te zetten, maar tegen de tijd dat de 69e sessie eind 2014 begon was duidelijk dat de doelen niet behaald zouden worden.

Volgens critici lag dit met name aan de aard van de doelen en de wettelijke inkadering ervan. Zo zouden de doelen veel te ambitieus zijn; voor het compleet uitbannen van honger bleek een moeilijk haalbaar en bovendien moeilijk meetbaar doel. Ook was er geen juridisch kader om de Millenniumdoelen heen geformuleerd en dit betekende dat het voor de deelnemende landen geen enkele consequentie zou hebben als zij de doelen niet zouden halen – of als zij er überhaupt niets aan zouden doen om de doelen te halen. Kortom, de Millenniumverklaring was voor de VN-lidstaten een mooie manier om goede intenties te uiten, maar was tegelijkertijd veel te vrijblijvend.

Een nieuwe ontwikkelingsagenda

Daarom riep de voorzitter van de 69e sessie op tot een nieuwe discussie over wat ontwikkeling nou echt zou moeten betekenen in 2015 en hoe de Verenigde Naties een rol zouden kunnen spelen in de herdefinitie van de term. Ook zou de organisatie haar Millenniumdoelen onder de loep moeten leggen en kritisch moeten beoordelen. Het thema van het Algemene Debat was daarom “Het afleveren en implementeren van een transformatieve ontwikkelingsagenda voor na 2015”. De nadruk lag hierbij met name op praktische implementatie; de VN kon niet opnieuw in de valkuil van vage plannen vallen en moest met concrete, meetbare doelen komen en duidelijke methodes om die doelen te bereiken.

Uiteindelijk werd tijdens de 69e sessie van de Algemene Vergadering besloten dat de Millenniumdoelen opgevolgd zouden worden door een zeventiental Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Deze lopen van 2015 tot 2030 en hebben betrekking op dezelfde onderwerpen als de oorspronkelijke Millenniumdoelen. De Duurzame Ontwikkelingsdoelen roepen op tot het beëindigen van honger en armoede en beogen onder andere gendergelijkheid, kwalitatief onderwijs, goede sanitaire voorzieningen en toegang tot schone energie te bewerkstellingen. Het grote verschil tussen de Duurzame Ontwikkelingsdoelen en de Millenniumdoelen zit hem vooral in de insteek en de formulering; in de nieuwe doelen worden concretere termen gebruikt (bijvoorbeeld ‘duurzame oceanen’ in plaats van ‘bescherming van het leefmilieu’) en daarbij ligt de nadruk meer op het emanciperen van mensen zodat er een duurzame ontwikkeling kan worden doorgemaakt. In de Millenniumdoelen werd minder uitgegaan van de eigen kracht van mensen die in armoede leven.

Het Nederlandse standpunt

Premier Mark Rutte verwoordde tijdens de 69e sessie de Nederlandse opinie inzake de ontwikkelingsagenda. De Millenniumdoelen waren een goed initiatief geweest, vond hij, maar het was ook een enorm ambitieuze onderneming die vooral de politiek zwakkere staten in een moeilijk parket had gebracht. Landen die niet stabiel en veilig waren, hadden geen enkele mogelijkheid om de Millenniumdoelen te behalen, stelde Rutte. Vrede, rechtvaardigheid en ontwikkeling zijn namelijk nauw aan elkaar verbonden. Dit had de wereld kunnen zien aan de situaties in Syrië, Gaza en Irak; in een context van oorlog en geweld kan nauwelijks aandacht worden besteed aan ontwikkelingsdoelen. Er was daarom een essentiële rol weggelegd voor de VN Veiligheidsraad, vond Rutte. Wanneer de Veiligheidsraad een getrouwe representatie zou zijn van alle VN-lidstaten (de premier noemde hierbij specifiek de onderrepresentatie van de Afrikaanse landen) en er terughoudend zou worden omgesprongen met het vetorecht, zou het VN-orgaan doortastender kunnen handelen in gevallen van oorlog en conflict. Conflictsituaties zouden dan sneller en op een meer vreedzame manier opgelost kunnen worden, waarna meer aandacht besteed zou kunnen worden aan duurzame ontwikkeling.

De voorzitter van de 69e sessie

Voorzitter Sam Kahamba Kutesa (1949) was met zijn uitgebreide kennis van politiek, internationaal recht en conflictbemiddeling de ideale leider van de 69e sessie van de Algemene Vergadering. De Oegandees begon zijn carrière als advocaat en juridisch medewerker binnen verschillende oost-Afrikaanse handelsorganisaties. Hij maakte echter al snel de overstap naar de nationale politiek; in de jaren ’80 werd hij parlementslid en in die hoedanigheid werkte hij mee aan de formulering van een nieuwe Oegandese grondwet. In 2001 werd hij Minister van Financiën, Planning en Economische Ontwikkeling en werd het zijn verantwoordelijkheid om zijn land economisch verder te helpen. Kutesa’s ambitie ging echter verder dan het financiële; toen hij in 2005 werd aangesteld als Minister van Buitenlandse Zaken kon hij zijn talent voor bemiddeling beter laten zien en raakte hij betrokken bij diverse vredesprocessen in de regio. Zo werkte hij mee aan het vredesproces in Soedan en zuid-Soedan en was hij actief in de organisatie van stabiliseringsprogramma’s in Somalië. Ook was hij lid van de Internationale Conferentie van de Great Lakes-regio (waar Oeganda toe behoort) en werkte hij via die organisatie aan het bewerkstelligen van vrede en veiligheid in de Democratische Republiek Congo. Hierbij werd veel aandacht besteed aan de bestrijding van seksueel geweld en het tegengaan van uitbuiting in de winning en verkoop van natuurlijke hulpbronnen, zoals grondstoffen voor mobiele telefoons. Sam Kahamba Kutesa is tot de dag van vandaag Oeganda’s Minister van Buitenlandse Zaken en probeert vanuit zijn positie oost-Afrika een sterkere regio te maken.