De 68e sessie van de Algemene Vergadering van de VN (2013-2014)

De 68e sessie van de Algemene Vergadering van de VN (2013-2014)

Op 17 september 2013 startte de 68e sessie van de Algemene Vergadering van de VN. Tijdens deze sessie was er een grote rol weggelegd voor duurzame ontwikkeling, maar er kwamen ook legio andere onderwerpen aan bod, zoals nucleaire ontwapeningsprogramma’s, internationale migratie en zuid-zuid en noord-zuid samenwerking. Voorzitter John W. Ashe, afkomstig van Antigua en Barbuda, vroeg voor het Algemene Debat aandacht voor hoe de ontwikkelingsagenda er na 2015 uit zou zien, als in theorie de Millenniumdoelen zouden moeten zijn behaald. In dit artikel lees je meer over deze onderwerpen en over hoe minister Frans Timmermans het Nederlandse standpunt wat betreft de ontwikkelingsagenda verwoordde.

Van ontwapening tot ontwikkeling

Nucleaire ontwapening is al langere tijd een heet hangijzer binnen de VN, met name omdat landen als Iran weinig bereid zijn om openheid van zaken te geven over hun nucleaire programma’s. Daarom was tijdens de vorige sessie besloten om dit jaar een vergadering van hoog niveau te beleggen over het onderwerp, zodat het de aandacht zou krijgen die het verdient. Het idee achter de vergadering was bespreken hoe de wereld veiliger gemaakt zou kunnen worden zonder kernwapens en hoe de lidstaten zouden kunnen voldoen aan de Millenniumdoelen, die voorschrijven dat in 2015 alle massavernietigingswapens ontmanteld moeten zijn.

Naast de discussie over kernwapens stond er ook een bijeenkomst van hoog niveau over internationale migratie en ontwikkeling op het programma. Migratie is een steeds belangrijker wordend politiek-maatschappelijk thema, vooral sinds steeds meer landen hun grenzen openen voor vluchtelingen, asielzoekers en arbeidsmigranten. Tijdens een bijeenkomst van twee dagen werden de verschillende facetten van internationale migratie besproken, zoals het waarborgen van de naleving van mensenrechten en internationale arbeidsstandaarden, de controle op internationale mensenhandel en het racisme en de intolerantie die vaak komen kijken bij immigratie.

Ook waren er diverse themadebatten over onder andere water en duurzame energie, samenwerking tussen de landen van het zuidelijk halfrond en de dynamiek tussen vrouwen, jongeren en de civiele maatschappij. Vooral het debat over water en energie was interessant, omdat dit verband hield met een grote hoeveelheid andere VN-onderwerpen. Water en duurzame energie staan namelijk aan de wieg van duurzame ontwikkeling; wanneer iedereen ter wereld toegang heeft tot veilig en schoon drinkwater, basissanitair en energie kan dit de sleutel zijn tot de uitroeiing van armoede. Water- en energiegebruik is dus sterk gerelateerd aan de Millenniumdoelen en zeer het bespreken waard. Het is echter nog lang niet zo dat iedereen toegang heeft tot water en energie en daarom werd besloten dat de ontwikkelingsagenda van na 2015 meer de focus zou moeten leggen op deze onderwerpen.

Wat te doen na 2015?

Het Algemene Debat ging verder in op hoe die ontwikkelingsagenda eruit zou moeten zien. In eerste instantie werd daarbij gerefereerd aan de Millenniumdoelen die in 2000 waren opgesteld. Deze doelen zouden ervoor moeten zorgen dat armoede de wereld uit zou zijn in 2015, maar helaas is het nog niet zo ver. Daarom is het belangrijk dat invloedrijke internationale organisaties als de Verenigde Naties aan de gang gaan om de ontwikkelingsagenda opnieuw te definiëren en te kijken hoe de ontwikkelingsdoelen zodanig geformuleerd kunnen worden dat ze mogelijk in kortere tijd behaald kunnen worden. Tijdens het Algemene Debat van de 68e sessie werd hierin vooral de nadruk gelegd op het overwinnen van armoede en onveiligheid en het verzekeren van duurzame ontwikkeling. De voorzitter, John W. Ashe, had in het kader daarvan een serie debatten en meetings opgezet, om zo de VN-lidstaten te stimuleren om verder te denken hoe zij globale ontwikkeling concreet zouden willen vormgeven.

Frans Timmermans, de Minister van Buitenlandse Zaken, gaf tijdens het Algemene Debat een speech namens Nederland. Hij gaf daarin aan dat de ontwikkelingsagenda van de toekomst niet slechts een zaak was van de bestrijding van armoede, maar dat ook alle problemen daar omheen bekeken en geanalyseerd zouden moeten worden. Zo houdt armoede in agrarische gebieden vaak verband met allerlei milieu- en handelsfactoren; een voorbeeld hiervan zijn de conflicten die ontstaan wanneer zich in ruraal gebied een bedrijf vestigt dat de natuurlijke bronnen uitput en de omgeving vervuilt, waarna de omwonenden niet meer kunnen leven van het land en in de armoede terechtkomen. “Het is cruciaal dat ontwikkeling duurzaam is, zodat we haar economische, sociale en ecologische dimensies kunnen uitbalanceren en integreren”, zei de minister. Echter, om duurzame ontwikkeling te kunnen bewerkstelligen moet de Verenigde Naties een sterke, moderne en vooral slagvaardige organisatie zijn. Timmermans gaf daarom aan dat er een coherente agenda moest worden opgesteld om de internationale rechtsorde te versterken en dat de lidstaten afzonderlijk verantwoordelijk moesten worden gemaakt voor het versterken van de nationale rechtsorde. Ook riep hij de andere landen op om hun uiterste best te doen om rechten voor vrouwen en LGBT’ers (lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders) te waarborgen, omdat ontwikkeling in zijn opinie alleen kan plaatsvinden binnen een context van veiligheid.

Een diplomaat met passie voor het milieu: John W. Ashe

Duurzaamheid stond hoog op de agenda tijdens de 68e sessie van de Algemene Vergadering. Dit had te maken met het bijna verstrijken van de periode voor de Millenniumdoelen, maar ook met de persoonlijke filosofie van de voorzitter, John W. Ashe uit Antigua en Barbuda. Ashe (1954) heeft al meerdere malen gezegd dat we maar één planeet hebben: “en als we die in een aanvaardbare staat willen achterlaten voor de volgende generatie, dan moeten we ons allemaal gaan bezighouden met het creëren van een veiligere, schonere en eerlijkere wereld.” De diplomaat heeft zich gedurende zijn carrière op meerdere vlakken ingezet voor het milieu. Zo heeft hij binnen verschillende multilaterale organisaties het thema klimaatverandering op de kaart gezet en fungeerde hij binnen de Verenigde Naties als voorzitter en lid van diverse milieubijeenkomsten en –werkgroepen. Ook hield hij zich bezig met de concrete uitwerking van het Kyoto-protocol. Ashe heeft daarnaast veel interesse in de samenwerking tussen landen in ontwikkeling, wat hem ertoe leidde om de Groep van 77 een tijdje voor te zitten, en heeft tijdens verschillende VN-bijeenkomsten zijn talent voor bemiddeling laten zien. Toen hij in 2013 werd gekozen om de Algemene Vergadering voor te zitten, was hij al bijna tien jaar lang de permanente vertegenwoordiger van Antigua en Barbuda voor de Verenigde Naties en de Wereldhandelsorganisatie.