De 66e sessie van de Algemene Vergadering van de VN (2011-2012)

De 66e sessie van de Algemene Vergadering van de VN (2011-2012)

De 66e sessie van de Algemene Vergadering van de VN vond plaats in 2011 en 2012 tegen de achtergrond van een steeds verder escalerende Arabische Lente. Het was dan ook weinig verbazingwekkend dat de voorzitter, de diplomaat Nassir Abdulaziz Al-Nasser uit Qatar, tijdens het Algemene Debat de rol van de VN als bemiddelende instantie wilde verkennen. Daarnaast werd tijdens deze sessie ook de bestrijding van ziektes als diabetes besproken en werd er teruggekeken op tien jaar racismebestrijding door middel van de Durban-verklaring. We stellen in dit artikel kort de voorzitter van de 66e sessie voor en kijken naar de belangrijkste thema’s die aan bod kwamen, waaronder het thema van het Algemene Debat. Ook bespreken we het Nederlandse standpunt tijdens het Algemene Debat.

De voorzitter

Nassir Abdulaziz Al-Nasser (1953) maakte op jonge leeftijd zijn debuut op het toneel van de internationale politiek: de diplomaat werkte voor zijn twintigste verjaardag al op het Qatarese Ministerie van Buitenlandse Zaken. In 1972 werd hij voor het eerst uitgezonden naar het buitenland als attaché op de ambassade in Libanon, waarna vele succesvolle uitzendingen naar onder andere Pakistan en de Verenigde Arabische Emiraten volgden. Hij ging voor het eerst te werk buiten Azië toen hij in de jaren ’90 ambassadeur werd in een aantal Zuid-Amerikaanse landen. Eind 1998 werd Al-Nasser benoemd tot vertegenwoordiger van Qatar binnen de Verenigde Naties en vanuit die positie wist hij een bijdrage te leveren aan diverse internationale debatten. Zo werkte hij binnen de VN Veiligheidsraad aan besluitvorming rondom het VN-standpunt in de oorlog tegen terrorisme en de bescherming van journalisten in oorlogsgebied. Daarnaast werkte Al-Nasser binnen de Groep van 77, een groep van zogenaamde ontwikkelingslanden die lid zijn van de VN, aan betere zuid-zuidbetrekkingen en een algehele verdieping van de samenwerking tussen deze landen.

Centrale thema’s

De agenda van de 66e sessie van de Algemene Vergadering bevatte maar liefst 166 onderwerpen, waaronder vooral ziektebestrijding en de handhaving van mensenrechtenverdragen een prominente rol innamen. Van de 166 thema’s werden er een aantal geselecteerd voor vergaderingen op hoog niveau; dit zijn vergaderingen waarvan verwacht wordt dat de Algemene Vergadering er een resolutie op maakt of betreffen evaluaties van thema’s die al langere tijd spelen. De eerste vergadering op hoog niveau van 2011 ging over de bestrijding van niet-overdraagbare ziektes, zoals diabetes, kanker, chronische longziekten en hart- en vaatziekten. Wereldwijd sterven drie op de vijf mensen aan één van deze ziektes, wat de bestrijding ervan een prioriteit maakt voor de Verenigde Naties. Tijdens de vergadering werd besproken hoe de VN mensen bewuster kan maken van de gevaren van niet-overdraagbare ziektes, maar werd ook gekeken naar de socio-economische factoren die ervoor zorgen dat mensen ziek worden. Zo hebben mensen die onder of net boven de armoedegrens leven weinig geld om te besteden aan gezond eten; omdat zij hoofdzakelijk ongezond eten, lopen ze meer risico op diabetes en hart- en vaatziekten.

Een ander thema dat tijdens een vergadering op hoog niveau werd besproken was woestijnvorming en wat voor effect dit heeft op armoede, ontwikkeling en conflict. Dat woestijnvorming verregaande gevolgen heeft voor de gemeenschappen die op het betreffende land wonen, bleek uit de cijfers die werden verspreid ter voorbereiding voor de vergadering: de achteruitgang en uitdroging van landbouwgrond laat armoede exponentieel toenemen en veroorzaakt ook spanningen tussen bevolkingsgroepen; in 2007 vond maar liefst 80% van alle gewapende conflicten plaats op onvruchtbaar, dor land.

Een derde vergadering op hoog niveau was een evaluatie van de Durban-verklaring over racisme, discriminatie, xenofobie en gerelateerde intolerantie. De Verenigde Naties hadden in 2001 in Durban, Zuid-Afrika, een actieplan aangenomen dat alle vormen van racisme zou moeten tegengaan en in de 66e sessie werd een stand van zaken geschetst rondom het actieplan. Hierbij werd vooral gekeken naar concrete bewustwording rondom racisme en het beschermen van de slachtoffers ervan. De staatshoofden die aanwezig waren verklaarden de bestrijding van intolerantie een prioriteit te maken in hun landen.

Het Algemene Debat: de VN als bemiddelaar in conflictsituaties

Het onderwerp van het Algemene Debat werd gekozen als reactie op de toename van het aantal conflicten en rampen die wereldwijd plaatsvinden. Voorzitter Al-Nasser verklaarde hierover dat de “Verenigde Naties is gebouwd op sterke fundamenten”, maar dat niet vergeten moet worden dat de organisatie is gesticht in het tijdperk na de Tweede Wereldoorlog, toen de wereld er nog heel anders uitzag dan nu. Met de vele gewapende conflicten en natuurrampen die in de laatste decennia hebben plaatsgevonden staat de VN volgens Al-Nasser op een “kritiek punt in de geschiedenis van de naties”. De voorzitter refereerde hierbij aan de politieke onrust in het Midden-Oosten; om adequater te kunnen inspringen op de vlot veranderende globale politieke context, moet de VN volgens hem betere protocollen uitwerken om conflicten op een vreedzame manier op te lossen. Dit vereist ook hervormingen binnen de organisatie zelf; op het moment dat de verschillende groepen en commissies binnen de VN efficiënter georganiseerd zijn, kunnen zij ook beter reageren op urgente zaken. Nog een belangrijk punt uit Al-Nassers speech was dat in de bestrijding van rampen of conflicten de nadruk moet liggen op preventie in plaats van actie achteraf. De Verenigde Naties zouden volgens hem moeten investeren in de voorbereiding op conflicten en natuurrampen, zodat de bevolking in getroffen gebieden meer perspectieven heeft. Dit kan onder andere bereikt worden door betere samenwerking tussen hulporganisaties.

Nederland werd tijdens het Algemene Debat tijdens de 66e sessie vertegenwoordigd door Minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal. Rosenthal focuste in zijn bijdrage vooral op het versterken van de positie van de Verenigde Naties en al haar instituties op het wereldtoneel. Hij gaf daarbij aan dat de discussie over de hervormingen binnen de Verenigde Naties en met name de VN Veiligheidsraad zich al enkele jaren voortslepen en uitte de wens dat er knopen doorgehakt zouden worden, zodat de VN efficiënter te werk zou kunnen gaan. Ook drong de minister aan op de vlotte implementatie van VN-verdragen over onder andere georganiseerde misdaad, terrorisme en mensenhandel, zodat daarover een eenduidige boodschap naar buiten gebracht kon worden.